Spreekbeurt Stevenshof groep 6 '25

Log in om deze rubric te printen of binnen jouw account aan te passen.

Deze rubric kan je gebruiken in de voorbereiding op je spreekbeurt en zal ook worden gebruikt bij de beoordeling. Begin op tijd met je voorbereidingen (zie planning). Heel veel succes!

Spiekbriefje (5 punten)

Ik kan het een beetje

Je leest je spreekbeurt (grotendeels) voor vanaf je papier of de powerpoint. (1 punt)

Ik kan het steeds beter

Je hebt de hele tekst van je spreekbeurt voor je liggen en af en toe spiek je er op of kijk je naar je powerpoint. (3 punten)

Ik kan het en laat het zien

Je vertelt uit je hoofd en maakt gebruik van een klein spiekbriefje of de punten op je PowerPoint. (5 punten)

Houding (10 punten)

Ik kan het een beetje

Je staat stil voor de klas en laat met je houding zien dat je het spannend vindt. (2 punten)

Ik kan het steeds beter

Je staat rechtop en rustig voor de klas en laat af en toe zien dat je het spannend vindt. (6 punten)

Ik kan het en laat het zien

Je staat rechtop voor de klas, je beweegt ontspannen voor de klas, je maakt handgebaren. (10 punten)

Oogcontact (10 punten)

Ik kan het een beetje

Je kijkt (bijna) niet naar het publiek tijdens je spreekbeurt. (2 punten)

Ik kan het steeds beter

Je kijkt zo nu en dan (minder dan de helft van de tijd) naar het publiek. (6 punten)

Ik kan het en laat het zien

Je kijkt bijna de hele tijd naar je publiek. (10 punten)

Stemgebruik (10 punten)

Ik kan het een beetje

Je praat zacht, op één toon of snel, en bent vaak moeilijk te verstaan. (2 punten)

Ik kan het steeds beter

Je bent voor een deel van de klas goed te verstaan, soms praat je duidelijker of in een gepast tempo. (6 punten)

Ik kan het en laat het zien

Je bent goed te verstaan en je spreekt in een gepast tempo. (10 punten)

Hulpmiddelen (5 punten)

Ik kan het een beetje

Je gebruikt powerpoint of een andere manier om informatie/plaatjes te laten zien. Er staat veel tekst op. De informatie of de plaatjes passen niet altijd bij de presentatie. (2 punten)

Ik kan het steeds beter

Je gebruikt powerpoint of een andere manier om informatie/plaatjes te laten zien. Er staat soms te veel tekst op of plaatjes die niet helemaal bij je onderwerp passen. (4 punten)

Ik kan het en laat het zien

Je gebruikt powerpoint of een andere manier om informatie/plaatjes te laten zien. Er staan steekwoorden en plaatjes die passen bij je presentatie. Je hebt voorwerpen meegenomen die passen bij je spreekbeurt. (5 punten)

Duur spreekbeurt (15 punten)

Ik kan het een beetje

Je spreekbeurt duurt 6 - 9 minuten, zonder quiz of filmpjes. (2 punten)

Ik kan het steeds beter

Je spreekbeurt duurt 10 - 12 minuten, zonder quiz of filmpjes. (6 punten)

Ik kan het en laat het zien

Je spreekbeurt duurt 13 - 15 minuten, zonder quiz of filmpjes. (15 punten)

Opening van de spreekbeurt (5 punten)

Ik kan het een beetje

Je vertelt het onderwerp van je spreekbeurt. Op je eerste slide staat je naam en onderwerp. (1 punt)

Ik kan het steeds beter

Op je eerste slide staat je naam en onderwerp. Je vertelt het onderwerp en legt uit waarom je dit gekozen hebt. (3 punten)

Ik kan het en laat het zien

Je hebt een slide met naam en onderwerp. Je legt uit waarom je het onderwerp hebt gekozen en hoe je spreekbeurt is opgebouwd. (5 punten)

Opbouw spreekbeurt (10 punten)

Ik kan het een beetje

Je spreekbeurt is lastig te volgen, de opbouw is niet zo logisch. (2 punten)

Ik kan het steeds beter

Je spreekbeurt is gedeeltelijk goed te volgen, je opbouw is logisch maar mist onderdelen of is niet helemaal passend bij het onderwerp. (6 punten)

Ik kan het en laat het zien

Je opbouw is logisch, het publiek begrijpt wat je hebt verteld en de hoofdstukken passen bij je onderwerp. (10 punten)

Informatie geven (20 punten)

Ik kan het een beetje

De informatie die je gaf was te makkelijk of te moeilijk. De informatie is niet volledig. Je lijkt het onderwerp zelf niet zo goed te begrijpen. Je hebt 4 hoofdstukken of minder. (4 punten)

Ik kan het steeds beter

De informatie is soms te moeilijk of te makkelijk. Je had extra informatie kunnen geven. Je hebt 5 hoofdstukken. (12 punten)

Ik kan het en laat het zien

Je publiek begrijpt je spreekbeurt en heeft nieuwe informatie geleerd. Je legt moeilijke stukjes uit. Je hebt 5 uitgebreide hoofdstukken. (20 punten)

Vragen beantwoorden (5 punten)

Ik kan het een beetje

Je weet geen antwoord op de vragen of je beantwoordt ze onjuist of erg kort. ( 1 punt)

Ik kan het steeds beter

Je beantwoordt de vragen met een kort antwoord. Een paar antwoorden beantwoord je uitgebreider. (3 punten)

Ik kan het en laat het zien

Je geeft een duidelijk antwoord op de vragen en kunt extra informatie geven. (5 punten)

Interactie met publiek (5 punten)

Ik kan het een beetje

Je hebt geen quiz aan het einde van je spreekbeurt. Je betrekt je publiek niet bij je spreekbeurt. (1 punt)

Ik kan het steeds beter

Je hebt een quiz van 1-3 vragen bij je spreekbeurt. De vragen gaan over je spreekbeurt. (3 punten)

Ik kan het en laat het zien

Je hebt een quiz van minimaal 3 uitdagende vragen over je spreekbeurt. (5 punten)